|
Opa en oma vieren feest. Uit heel Nederland komen
kinderen en kleinkinderen naar het feest. Iedereen komt met de
trein. Het huis van opa en oma ligt 10 minuten lopen van het station.
Het feest begint om 12.00 uur.
1.
Harold woont in Alkmaar. Hij fietst in 5 minuten
naar het station. 10 minuten voordat de trein vertrekt is hij
op het station om een kaartje te kunnen kopen.
Waar moet hij overstappen? _Amsterdam_______
Hoelaat moet Harold met de trein uit Alkmaar vertrekken?__9.24_____
uur
Hoelaat vertrekt Harold van huis?__9.09_____
uur

2.
Tijdens de treinreis van Alkmaar naar Amsterdam hoort Harold
dat de trein 10 minuten vertraging heeft.
Kan hij de trein in Amsterdam nog halen? ja
/ nee
3.
Mark woont in Bavel. Hij pakt de bus naar Breda. Mark zorgt ervoor
dat hij 5 minuten voordat de bus vertrekt van huis weggaat.
De busrit van Bavel naar Breda duurt 20 minuten. De vertrektijden
uit Bavel is 10.00 uur. 10.15 uuur, 10.30 uur en 10.45 uur.
Hoelaat vertrekt de trein van Mark?___10.44______
uur
Welke bus moet Mark nemen? ___10.15______
uur
Hoelaat vertrekt Mark van huis?__10.10_____
uur
4.
Fleur woont in Sittard en moet 15 minuten lopen
naar het station. 5 minuten voordat de trein vertrekt is zij op
het station om een kaartje te kunnen kopen.
Hoelaat vertrekt de trein van Fleur?___10.44______
uur
Hoelaat vertrekt Fleur uiterlijk van huis?___10.24______
uur.
|